De Rode Kroonsappel in de boomgaard is een moderne variant van dit appelras, ontstaan in de periode tussen 1870 en 1900. De boom kan heel hoog worden, groeit goed en geeft overvloedige oogsten. Het is een herfst-/winterappel, waardoor de appels bewaarbaar zijn tot januari.
De appel is matig groot, rond, maar vaak wat scheef. De appel heeft een gladde schil met donkerrode vlammen. Het is een schítterende appel: vooral na bewaring wordt het groen van de schil geel, waardoor het contrast met de rode strepen groot wordt. Het vruchtvlees is zacht, iets geelachtig en heeft een aangename opvallende kruidachtige geur.
De schil is heel glad. Als je hem oppoetst met een zachte doek, dan glanst hij als een spiegeltje. Het lijkt net alsof er een laagje vernis op zit, maar het is de natuurlijke glans van deze appels. Het is een knapperige appel met een zuurtje. De appel kan zó uit de hand worden gegeten en is zeer geschikt voor appelmoes en -taart. Het geeft de appeltaart een heerlijk kruidig aroma, dat zo kenmerkend is voor de Rode Kroonsappel.